Wezenpensioen

Als u overlijdt, hebben uw kinderen recht op wezenpensioen. Het wezenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand van overlijden en loopt door tot uw kind 21 jaar wordt. Studerende kinderen en kinderen met een handicap die door u worden onderhouden, hebben tot maximaal hun 27ste recht op wezenpensioen.

Kinderen

Met ‘kinderen’ wordt bedoeld:

  • uw eigen kind(eren)
  • stief- en pleegkinderen en geadopteerde kinderen die door u als eigen kinderen worden opgevoed

Hoogte

De hoogte van het wezenpensioen hangt af van uw werksituatie op het moment van uw overlijden.

Bouwt u nog pensioen op bij dit pensioenfonds, dan is het wezenpensioen 20% van het partnerpensioen. Dit komt meestal overeen met 14% van het bereikbare ouderdomspensioen. Als beide ouders overleden zijn, wordt het wezenpensioen verdubbeld. Ieder kind krijgt dan 40% van het partnerpensioen. Dit is meestal 28% van het het bereikbare ouderdomspensioen.

Neemt u al niet meer actief deel aan de pensioenregeling, dan bestaat het wezenpensioen uit het opgebouwde wezenpensioen. U neemt niet meer actief deel aan de pensioenregeling als u geen pensioen meer opbouwt binnen de pensioenregeling. Bijvoorbeeld omdat u in een andere bedrijfstak bent gaan werken.

 
print print icon