Eerder of later met pensioen
De standaard pensioenleeftijd is 65 jaar. Binnen de pensioenregeling is het niet mogelijk om langer door te werken. De werknemer kan er wel voor kiezen om het pensioen eerder in te laten gaan.
Eerder met pensioen
Eerder stoppen met werken is mogelijk vanaf 60 jaar. De werknemer moet hiertoe zelf het initiatief nemen. Eerder met pensioen gaan betekent dat de werknemer een aantal jaren pensioenopbouw mist. Daarnaast moet het opgebouwde pensioen over meer jaren worden verdeeld. Dus wordt de uitkering van het ouderdoms- en het partnerpensioen lager.
Variëren met de hoogte van de pensioenuitkering
Als de werknemer met pensioen is gegaan, krijgt hij of zij iedere maand hetzelfde bedrag aan pensioen. Maar bij vervroegde pensionering is het mogelijk om een hoger pensioen te ontvangen tot 65-jarige leeftijd en daarna levenslang een wat lager pensioen. Het omgekeerde is ook mogelijk. De belangrijkste voorwaarde is dat de lagere pensioenuitkering in principe 75% van de hogere uitkering bedraagt. Als op deze manier de hoogte van de pensioenuitkering wordt aangepast, blijven het partnerpensioen en het wezenpensioen gelijk. Variëren in hoogte van het ouderdomspensioen én het partner- en wezenpensioen is ook mogelijk. Daarover leest u meer bij Binnenkort met pensioen.
Meer informatie
Wilt u weten wat de gevolgen zijn van de verschillende keuzemogelijkheden? Vraag dan een persoonlijke berekening aan via Contact.